Het complete traject

Uw team leert de werkwijze én werkt een oplossing voor een echt probleem uit.

Het complete traject loopt via methode 1: het begint altijd met een vrijblijvend voorgesprek van een uur, waarin we samen met u als opdrachtgever bepalen welke technieken aan bod komen en welke fasen u nodig heeft.

Het complete traject doet twee dingen tegelijk, en dat is precies waarom het langer duurt dan de losse dagdelen. Uw team leert zelf met design thinking werken, en tegelijk werkt u een oplossing voor een echt probleem uit. Allebei, niet het een of het ander.

Dat betekent per fase twee dagdelen in plaats van één: één om de technieken bij te brengen, en één om ze op uw casus toe te passen met genoeg tijd voor het invulwerk. Acht dagdelen in totaal, plus de start van twee uur.

Het verschil met losse dagdelen zit daarnaast in wat er tussen de bijeenkomsten gebeurt. In die weken loopt Cirnex mee met uw projectteam: het veldwerk komt er echt van, de opdrachtgever blijft aangehaakt, en het team houdt de rode draad.

Het traject van begin tot eind

  1. 1
    Ontdekken · de probleemruit

    Theorietraining: wat design thinking is, en de technieken van de ontdekkingsfase

    De cursusleider laat zien welke manieren er zijn om erachter te komen wat er speelt, van een korte deskresearch tot meelopen in de praktijk. Vijf tot zeven technieken, met de vraag erbij wanneer u welke inzet. Het team kiest er één.

    Waar wij op letten: dat het team het verschil leert zien tussen wat het wéét en wat het aanneemt. Wie bij "waaruit blijkt dat?" blijft steken op "uit ervaring", heeft deze fase hard nodig.

    Dagdeel met de trainer
  2. 2

    Klassikaal oefenen met de technieken uit de ontdekkingsfase

    De gekozen techniek op uw eigen vraagstuk. U spreekt echte mensen of kijkt mee in de praktijk. Aan het eind ligt er een veldwerkplan: wat u nog ophaalt, en bij wie.

    Waar wij op letten: dat de vragen open blijven en niemand het antwoord alvast invult. En dat er echte namen en data op het veldwerkplan komen, geen categorieën.

    Dagdeel met de trainer
  3. 3

    Cursisten bereiden zelf een workshop voor

    De projectgroep werkt de gekozen techniek uit tot een werkvorm die zij zelf kan begeleiden, toegespitst op de eigen opdracht. Stuurt u de opzet vooraf door, dan neemt de trainer hem door en komt er schriftelijk commentaar op terug.

    Waar wij op letten: niets, want dit doet uw projectgroep zelf. Wel nemen wij het toegestuurde materiaal door, zodat het sparringsmoment daarna helemaal aan uw vragen op kan.

    De projectgroep zelf
  4. 4

    Sparringsmoment met de trainers

    Een uur met een van de trainers over die opzet. Elke projectgroep krijgt zo'n moment, dus vier keer in het traject.

    Waar wij op letten: drie dingen. Past de techniek bij de vraag die u wilt beantwoorden? Is de opzet uitvoerbaar in de tijd die u heeft? En wat gaat er waarschijnlijk knellen bij juist deze groep mensen?

    Een uur met de trainer
  5. 5

    Cursisten houden zelf de workshop binnen hun opdracht

    De projectgroep begeleidt de werkvorm bij de eigen mensen. Dat is het moment waarop de techniek van geleerd naar eigen gemaakt gaat.

    Waar wij op letten: niets ter plekke: wij zijn er niet bij, het is uw workshop. Wat eruit komt gaat mee naar het volgende dagdeel, en daar kijken we er samen op terug.

    De projectgroep zelf
  6. 6
    Definiëren · de probleemruit

    Terugblik op de ontdekkingsfase en theorie over de definitiefase

    De cursusleider laat zien welke manieren er zijn om een berg observaties te ordenen en terug te brengen tot een handvol kandidaat-probleemdefinities. Vijf tot zeven technieken, met de vraag erbij wanneer u welke inzet. Het team kiest er één.

    Waar wij op letten: of het veldwerk er werkelijk van gekomen is. Praten we over wat we hebben opgehaald, of alsnog over vermoedens? Dat bepaalt of deze fase kan beginnen.

    Dagdeel met de trainer
  7. 7

    Klassikaal oefenen met de technieken uit de definitiefase

    De gekozen techniek op uw eigen materiaal. U weegt de kandidaten tegen elkaar af tot er één overblijft. Aan het eind ligt er uw "how might we"-vraag: het scherpe probleem waarmee de oplossingsruit begint.

    Waar wij op letten: dat de probleemdefinitie geen oplossing in vermomming is. "Er is geen app" is een oplossing die als probleem is opgeschreven.

    Dagdeel met de trainer
  8. 8

    Cursisten bereiden zelf een workshop voor

    De projectgroep werkt de gekozen techniek uit tot een werkvorm die zij zelf kan begeleiden, toegespitst op de eigen opdracht. Stuurt u de opzet vooraf door, dan neemt de trainer hem door en komt er schriftelijk commentaar op terug.

    Waar wij op letten: niets, want dit doet uw projectgroep zelf. Wel nemen wij het toegestuurde materiaal door, zodat het sparringsmoment daarna helemaal aan uw vragen op kan.

    De projectgroep zelf
  9. 9

    Sparringsmoment met de trainers

    Een uur met een van de trainers over die opzet. Elke projectgroep krijgt zo'n moment, dus vier keer in het traject.

    Waar wij op letten: drie dingen. Past de techniek bij de vraag die u wilt beantwoorden? Is de opzet uitvoerbaar in de tijd die u heeft? En wat gaat er waarschijnlijk knellen bij juist deze groep mensen?

    Een uur met de trainer
  10. 10

    Cursisten houden zelf de workshop binnen hun opdracht

    De projectgroep begeleidt de werkvorm bij de eigen mensen. Dat is het moment waarop de techniek van geleerd naar eigen gemaakt gaat.

    Waar wij op letten: niets ter plekke: wij zijn er niet bij, het is uw workshop. Wat eruit komt gaat mee naar het volgende dagdeel, en daar kijken we er samen op terug.

    De projectgroep zelf
  11. 11
    Ontwikkelen · de oplossingsruit

    Terugblik op de definitiefase en theorie over de ontwikkelfase

    De cursusleider laat zien welke manieren er zijn om breed ideeën te genereren, en welke om daarna te kiezen zonder dat de hardste stem wint. Vijf tot zeven technieken, met de vraag erbij wanneer u welke inzet. Het team kiest er één.

    Waar wij op letten: dat het probleem echt vastligt voordat er oplossingen komen. Staan er nog vijf versies van het probleem op tafel, dan gaan we daar eerst op terug.

    Dagdeel met de trainer
  12. 12

    Klassikaal oefenen met de technieken uit de ontwikkelfase

    De gekozen techniek op uw probleemdefinitie. U genereert, weegt af en kiest. Aan het eind ligt er een gekozen concept.

    Waar wij op letten: dat het oordeel echt wordt uitgesteld. In het verbredende deel mag niets worden afgekeurd, en dat bewaken wij hardop.

    Dagdeel met de trainer
  13. 13

    Cursisten bereiden zelf een workshop voor

    De projectgroep werkt de gekozen techniek uit tot een werkvorm die zij zelf kan begeleiden, toegespitst op de eigen opdracht. Stuurt u de opzet vooraf door, dan neemt de trainer hem door en komt er schriftelijk commentaar op terug.

    Waar wij op letten: niets, want dit doet uw projectgroep zelf. Wel nemen wij het toegestuurde materiaal door, zodat het sparringsmoment daarna helemaal aan uw vragen op kan.

    De projectgroep zelf
  14. 14

    Sparringsmoment met de trainers

    Een uur met een van de trainers over die opzet. Elke projectgroep krijgt zo'n moment, dus vier keer in het traject.

    Waar wij op letten: drie dingen. Past de techniek bij de vraag die u wilt beantwoorden? Is de opzet uitvoerbaar in de tijd die u heeft? En wat gaat er waarschijnlijk knellen bij juist deze groep mensen?

    Een uur met de trainer
  15. 15

    Cursisten houden zelf de workshop binnen hun opdracht

    De projectgroep begeleidt de werkvorm bij de eigen mensen. Dat is het moment waarop de techniek van geleerd naar eigen gemaakt gaat.

    Waar wij op letten: niets ter plekke: wij zijn er niet bij, het is uw workshop. Wat eruit komt gaat mee naar het volgende dagdeel, en daar kijken we er samen op terug.

    De projectgroep zelf
  16. 16
    Implementeren · de oplossingsruit

    Terugblik op de ontwikkelfase en theorie over de implementatiefase

    De cursusleider laat zien welke manieren er zijn om snel iets tastbaars te maken en te toetsen, van een ruwe schets tot een proefopstelling. Vijf tot zeven technieken, met de vraag erbij wanneer u welke inzet. Het team kiest er één.

    Waar wij op letten: dat het gekozen concept toetsbaar wordt gemaakt en niet alleen mooi beschreven. Wat is de vraag die u wilt beantwoorden met dit prototype?

    Dagdeel met de trainer
  17. 17

    Klassikaal oefenen met de technieken uit de implementatiefase

    De gekozen techniek op uw concept. U bouwt, legt het voor en verwerkt de reacties. Aan het eind liggen er vervolgafspraken: wat er getoetst is, en wat de volgende stap wordt.

    Waar wij op letten: dat het prototype ruw blijft. Hoe mooier het eruitziet, hoe beleefder en dus hoe onbruikbaarder de reactie.

    Dagdeel met de trainer
  18. 18

    Cursisten bereiden zelf een workshop voor

    De projectgroep werkt de gekozen techniek uit tot een werkvorm die zij zelf kan begeleiden, toegespitst op de eigen opdracht. Stuurt u de opzet vooraf door, dan neemt de trainer hem door en komt er schriftelijk commentaar op terug.

    Waar wij op letten: niets, want dit doet uw projectgroep zelf. Wel nemen wij het toegestuurde materiaal door, zodat het sparringsmoment daarna helemaal aan uw vragen op kan.

    De projectgroep zelf
  19. 19

    Sparringsmoment met de trainers

    Een uur met een van de trainers over die opzet. Elke projectgroep krijgt zo'n moment, dus vier keer in het traject.

    Waar wij op letten: drie dingen. Past de techniek bij de vraag die u wilt beantwoorden? Is de opzet uitvoerbaar in de tijd die u heeft? En wat gaat er waarschijnlijk knellen bij juist deze groep mensen?

    Een uur met de trainer
  20. 20

    Cursisten houden zelf de workshop binnen hun opdracht

    De projectgroep begeleidt de werkvorm bij de eigen mensen. Dat is het moment waarop de techniek van geleerd naar eigen gemaakt gaat.

    Waar wij op letten: niets ter plekke: wij zijn er niet bij, het is uw workshop. Wat eruit komt gaat mee naar het volgende dagdeel, en daar kijken we er samen op terug.

    De projectgroep zelf
  21. 21
    Afsluiting

    Eindpresentatie van het opgeleverde eindproduct

    De projectgroepen laten zien wat er ligt: het getoetste concept en de vervolgafspraken op naam en datum. Voor de opdrachtgever is dit het moment om te zien wat het traject heeft opgeleverd.

    Waar wij op letten: dat er wordt getoond wát er ligt en wat het heeft opgeleverd, niet wat er allemaal nog moet gebeuren. En dat de vervolgafspraken een naam en een datum hebben.

    Met opdrachtgever en team

Acht van deze stappen zijn dagdelen met de trainer. De rest doet uw projectgroep zelf, met steeds een uur sparren erbij. Zo blijft het niet bij leren, maar gaat uw team de techniek ook echt zelf begeleiden.

Tussen deze dagdelen door zit Cirnex erbij: hoe verloopt de gekozen techniek in de praktijk, en is er ondersteuning nodig om hem af te ronden? Dat is het begeleidingsdeel van het traject.

Vooraf gaat de start van twee uur: daarin maakt het hele team kennis met de Double Diamond en de gereedschapskist. Welke fasen u nodig heeft en welke u kunt overslaan, is dan al bepaald in het vrijblijvende voorgesprek. Slaat u een fase over, dan wordt het traject twee dagdelen korter, en navenant goedkoper.

Waar de begeleiding op zit

Het veldwerk komt er echt van

Cirnex helpt met de planning van afspraken met bewoners, ondernemers of collega’s, denkt mee over de vragen, en kijkt de opbrengst mee door.

De opdrachtgever blijft aangehaakt

Tussen de dagdelen door toetsen we of het traject nog aansluit bij het probleem van de opdrachtgever. Verschuift dat, dan bespreken we dat samen en stellen we bij.

Het team houdt de rode draad

Wat in dagdeel twee is afgesproken, staat in dagdeel vijf nog overeind. De opbrengst van elke fase wordt vastgelegd en aan het begin van het volgende dagdeel teruggelegd.

Het invulwerk krijgt tijd

Canvassen, journeys en prototypes verdienen meer tijd dan één dagdeel. Het toepasdagdeel geeft die ruimte, en in de weken erna is er begeleiding om het af te ronden.

📋

Maximaal drie projecten per trainer

Die begeleiding kost tijd. Daarom lopen we per trainer met maximaal drie projectgroepen tegelijk mee, zodat de aandacht die uw project nodig heeft overeind blijft. Bij één trainer zijn dat er maximaal drie, vanaf elf deelnemers werken we met twee trainers en kunnen het er zes zijn.

Elke projectgroep heeft eigen sparringsmomenten, en dat is ook waar de prijs op meebeweegt. Wat haalbaar is bij uw groep bespreken we in het voorgesprek.

Een gedragen eindproduct

Gedragen betekent iets specifieks: de opdrachtgever staat erachter, het team heeft het zelf gemaakt, en het is getoetst bij de mensen om wie het draait. Niet dat het mooi is opgeschreven. Dat geldt voor elk van de maximaal drie projecten per trainer die u meeneemt in het traject.

Daarnaast staat er een team dat de werkwijze kent en het de volgende keer zonder Cirnex kan. Dat is het tweede eindproduct, en voor veel opdrachtgevers het duurzaamste.

Praktische zaken

OnderdeelTot en met 10 deelnemers, één trainer11 tot en met 25 deelnemers, twee trainers
Basis: de start, acht dagdelen, de begeleiding ertussen en één projectgroep23.400 euro excl. btw32.400 euro excl. btw
Elke extra projectgroep: vier sparringsmomenten plus het doornemen van uw materiaal800 euro excl. btw800 euro excl. btw
Los dagdeel, ter vergelijking2.600 euro excl. btw3.600 euro excl. btw

Elke projectgroep krijgt vier sparringsmomenten van een uur, één per fase. Stuurt u de opzet vooraf toe, dan neemt de trainer die door en komt er commentaar op terug; dat uur voorbereiding zit in het bedrag. In de basisprijs zit één projectgroep. Per trainer begeleiden wij maximaal drie projectgroepen. Bij één trainer zijn dat er dus maximaal drie, bij twee trainers maximaal zes. Drie projectgroepen bij tien deelnemers komt daarmee op 25.000 euro excl. btw; zes projectgroepen bij vijfentwintig deelnemers op 36.400 euro excl. btw. Doorlooptijd indicatief 4 tot 6 maanden, met 2 tot 3 weken werk- en begeleidingstijd tussen de bijeenkomsten. Alle bedragen exclusief btw. De methode en alle werkvormen zijn uitontwikkeld: u betaalt voor de toepassing op uw casus, niet voor ontwikkelwerk. Maatwerk daarbuiten rekenen wij tegen een uurtarief van 100 euro excl. btw. Reiskosten rekenen wij tegen 1 euro per kilometer excl. btw; reistijd zit daarin verwerkt. Tot en met tien deelnemers begeleidt één trainer de groep; vanaf elf deelnemers zetten wij twee trainers in, tot maximaal vijfentwintig.

Weten of het complete traject past?

Een vrijblijvend voorgesprek van een uur vertelt u of dit traject bij uw vraagstuk past, en welke fasen u kunt overslaan.

Neem contact op