Design thinking
Eerst het juiste probleem scherp, dan pas de oplossing.
Eerst het juiste probleem, dan pas de oplossing
In gemeentelijke opgaven ligt de oplossing vaak al op tafel voordat het probleem scherp is. Er komt een regeling, een campagne of een plan, en pas bij de uitvoering blijkt dat de bewoner, de ondernemer of de collega iets anders nodig had. Dan is het geld al uitgegeven en de goodwill al verbruikt.
Design thinking draait die volgorde om. U onderzoekt eerst wat er werkelijk speelt bij de mensen om wie het draait, kiest daarna één probleem dat het waard is om op te lossen, en toetst uw oplossing zolang die nog ruw en goedkoop aan te passen is.
Wat het bedrijven oplevert
McKinsey onderzocht vijf jaar lang 300 beursgenoteerde bedrijven: meer dan twee miljoen financiële gegevens naast ruim honderdduizend ontwerpkeuzes. Bedrijven die ontwerp het meest systematisch aanpakten, groeiden 32 procent harder in omzet en leverden aandeelhouders 56 procent meer rendement op dan hun branchegenoten.
Bron: McKinsey, The Business Value of Design (2018)
Wat het scheelt in doorlooptijd
Forrester rekende door wat er gebeurde bij organisaties die de design thinking-praktijk overnamen van IBM, een van de grootste technologiebedrijven ter wereld. De tijd voor het eerste ontwerp en de afstemming daarover daalde met 75 procent, de ontwikkeltijd met een derde, en producten kwamen twee keer zo snel op de markt. Dit onderzoek is in opdracht van IBM uitgevoerd.
Bron: Forrester, The Total Economic Impact of IBM's Design Thinking Practice (2018)
Beproefd en breed toegepast
Design thinking is geen nieuwe uitvinding. Herbert Simon beschreef deze manier van werken al in 1969 als aanpak voor vraagstukken zonder pasklare oplossing, die later "wicked problems" zijn gaan heten. De Double Diamond bracht die aanpak in 2004 in de vorm die u hier ziet. Nederlandse gemeenten passen het inmiddels toe, van Groningen en Eindhoven tot kleinere gemeenten als Peel en Maas en Halderberge.
Bronnen: gemeente Groningen en het project Design Thinking & Extreem weer
Wat is design thinking?
Design thinking is een werkwijze om eerst het juiste probleem te vinden, en dan pas de juiste oplossing. Dat gebeurt in twee ruiten, samen de Double Diamond.
De probleemruit zoekt het probleem: u haalt eerst zoveel mogelijk signalen en inzichten op, en brengt dat daarna terug tot één scherp probleem. De oplossingsruit doet hetzelfde met de oplossing: eerst breed ideeën verzamelen, dan onderbouwd kiezen.
Elke ruit bestaat uit twee fasen, samen vier: Ontdekken en Definiëren in de probleemruit, Ontwikkelen en Implementeren in de oplossingsruit. Elke fase is een dagdeel van vier uur, en is los te boeken.
Zo voorkomt u de duurste fout in een project: een uitstekende oplossing voor het verkeerde probleem.
Veeg opzij om de hele figuur te zien.
Klik op een fase om te zien wat er dan gebeurt.
1.1 Ontdekken
Deze fase gaat over de context. U brengt in kaart wat er werkelijk speelt bij de mensen om wie het draait, en ontdekt waar het probleem zich bevindt: bij welke groep, welke stap, welk moment. Nog niet wat het probleem precies is, maar wel waar u moet kijken. Uw team leert onderzoekstechnieken kennen die daarbij passen, van een korte deskresearch tot meelopen in de praktijk, en past er één diepgaand toe.
1.2 Definiëren
Hier vernauwt u. Alle signalen uit het veldwerk gaan op tafel en worden teruggebracht tot een handvol kandidaat-probleemdefinities. Die legt u naast elkaar en weegt u tegen elkaar af, tot er één overblijft waar het hele team achter staat, in plaats van vijf half uitgesproken versies ervan. Dit is de scharnierfase: zonder scherpe definitie is elke oplossing daarna een gok.
2.1 Ontwikkelen
Eerst onbekommerd veel oplossingsrichtingen bedenken, juist omdat de selectie daarna komt. Aan het eind kiest u onderbouwd één concept, met een methode die het gesprek niet laat winnen door wie het hardst praat.
2.2 Implementeren
Het concept wordt tastbaar gemaakt en getoetst. Een prototype is hier geen mini-versie van de oplossing, maar een vraag in tastbare vorm: ruw is goed, want hoe mooier het prototype, hoe minder eerlijk de reactie.
Elke fase heeft een eigen gereedschapskist: samen 49 technieken, van een korte deskresearch tot weken veldwerk. Per dagdeel komen er vijf tot zeven op tafel en wordt er één diepgaand toegepast. Een fase duurt meestal één dagdeel. Kiest u een techniek met veldwerk, dan worden het er twee.
Twee manieren om te beginnen
De vier fasen zijn steeds hetzelfde. Het verschil zit in wie de technieken kiest, en wat het doel is: uw vraagstuk oplossen, of de werkwijze leren beheersen. Dat bepaalt ook de duur. Draait het om uw vraagstuk, dan is een fase meestal een dagdeel. Wil uw team de werkwijze onder de knie krijgen, dan is het een hele dag.
U hoeft die keuze niet alleen te maken.
Vooraf bepaald met de opdrachtgever
In een vrijblijvend voorgesprek van een uur leggen we uw casus naast de vier fasen en kiezen we samen welke technieken passen. U ontvangt het volledige keuzemenu op papier, plus een routeadvies: welke fasen u nodig heeft en welke u kunt overslaan.
Via deze route boekt u een los dagdeel, een hele ruit, of het complete traject: acht dagdelen waarin uw team de werkwijze leert én uw casus uitwerkt, met begeleiding tussen de bijeenkomsten door.
Samen met het team gekozen
De cursusleider brengt het volledige menu mee en het team kiest zelf waarmee het wil leren werken. Er is meer tijd voor uitleg per techniek dan bij methode 1, want het doel is dat uw team de werkwijze zelf leert beheersen en die later zelfstandig toepast.